Categorie Archief Gerechtelijk schuldenakkoord

Moet de schuldenaar aan haar schuldeisers hetzelfde voorstel aanbieden?

De wet neemt als uitgangspunt dat alle schuldeisers gelijkelijk worden behandeld bij de uitdeling in een faillissement. Maar voor sommige schuldeisers en soorten schulden heeft de wetgever een uitzondering gemaakt: sommige vorderingen worden aangemerkt als preferente vorderingen. Omdat de inhoud van het gerechtelijk akkoord echter vrij is, staat het de schuldenaar vrij om aan schuldeisers verschillende voorstellen aan te bieden. Uiteraard bestaat dan wel de kans dat een schuldenaar weigert in te stemmen met het akkoord of dat de rechter het akkoord niet zal homologeren.

De Belastingdienst is meestal een belangrijke preferente schuldeiser. Voor de Belastingdienst gelden beleidsregels over het accepteren van een (buiten)gerechtelijk akkoord. Hoewel een gerechtelijk akkoord niet ziet op preferente schuldeisers, wordt in de praktijk vaak wel een beroep gedaan op de Belastingdienst om mee te gaan met het aangeboden schuldenakkoord (waarbij dan uiteraard wel de beleidsregels in acht worden genomen).

 

 

Wat is de positie van boedelschuldeisers en preferente schuldeisers?

Het schuldenakkoord wordt aangeboden aan de gezamenlijke schuldeisers. Met gezamenlijke schuldeisers wordt bedoeld preferente en concurrente schuldeisers. De boedelschuldeisers vallen hier niet onder.

Boedelschuldeisers dienen volledig te worden voldaan. Preferente schuldeisers, zoals de Belastingdienst, staan buiten het gerechtelijk schuldenakkoord (art. 163 en 164 Faillissementswet). Deze schulden dienen door de schuldenaar te worden voldaan althans de schuldenaar dient hiervoor zekerheid te stellen. Dit kan door een bedrag ter grootte van deze schulden op de rekening van de curator te storten. Bij gebreke daarvan kan het akkoord niet worden gehomologeerd.

Dit is wezenlijk anders bij een buitengerechtelijk schuldenakkoord. Hierbij dienen de preferente schuldeisers wel in te stemmen met het voorstel. De preferente schuldeisers zullen vaak pas bereid zijn om hun medewerking te verlenen wanneer zij een dubbel percentage ten opzichte van de concurrente schuldeisers ontvangen. Zo zal de Belastingdienst ook pas bereid zijn om in te stemmen met het voorgestelde akkoord wanneer daarmee een hogere uitkering val te verwachten dan wanneer de Belastingdienst via haar eigen invorderingsmaatregelen kan ontvangen. De Belastingdienst hanteert beleidsregels over het meewerken aan een (buiten)gerechtelijk schuldenakkoord.

Het buitengerechtelijk dwangakkoord voor particulieren (artikel 287a Fw)

Natuurlijk personen die een schuldenakkoord hebben aangeboden dat niet is aanvaard door de schuldeisers, wordt in veel gevallen aangewezen op de WSNP (Wet Schuldsaneringsregeling voor Natuurlijke Personen). De wetgever heeft evenwel voorzien in de mogelijkheid voor de schuldenaar om, voordat de WSNP van toepassing wordt verklaard, de rechter te verzoeken om de weigerende schuldeiser alsnog te bevelen tot het instemmen met het aangeboden schuldenakkoord. Voor particulieren is daarmee het buitengerechtelijk dwangakkoord wettelijk mogelijk gemaakt.

De wettelijke regeling is opgenomen in artikel 287a van de Faillissementswet.

Doelstelling

Doelstelling is om schuldeisers te dwingen om zakelijk om te gaan met het aanbod van hun schuldenaar. Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Als de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van de schuldeiser bij weigering vast. Maar dat neemt niet weg dat de schuldeiser niet mag weigeren als hij in redelijkheid niet tot die weigering kan komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoeker (zie ook artikel 287a lid 5 Fw en een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 26 september 2017).

Toetsingskader

Het Gerechtshof Arnhem/Leeuwarden heeft in een uitspraak van 9 maart 2017 overwogen dat bij de beoordeling van het verzoek tot een gedwongen schuldregeling en de in dat kader voorgeschreven belangenafweging de volgende omstandigheden een rol kunnen spelen:

* is het schikkingsvoorstel door een onafhankelijke en deskundige partij getoetst (bijvoorbeeld een gemeentelijke kredietbank);
* is het schikkingsvoorstel goed en betrouwbaar gedocumenteerd;
* is voldoende duidelijk gemaakt dat het aanbod het uiterste is waartoe de schuldenaar financieel in staat moet worden geacht;
* biedt het alternatief van faillissement of schuldsanering enig uitzicht voor de schuldeiser: hoe groot is de kans dat de weigerende schuldeiser evenveel of meer zal ontvangen;
* is aannemelijk dat gedwongen medewerking aan een schuldregeling voor de schuldeiser concurrentieverstorend werkt;
* bestaat er precedentwerking voor vergelijkbare gevallen;
* wat is de zwaarte van het financiële belang dat de schuldeiser heeft bij volledige nakoming;
* hoe groot is het aandeel van de weigerende schuldeiser in de totale schuldenlast;
* staat de weigerende schuldeiser alleen naast de overige met de schuldregeling instemmende schuldeisers;
* is er eerder een minnelijke of een gedwongen schuldregeling geweest die niet naar behoren is nagekomen.

Procedure

Het verzoek om een schuldeiser te dwingen in te stemmen met het aangeboden akkoord moet worden gedaan in het verzoek om toepassing van de WSNP. De rechtbank zal een zitting agenderen waarin zowel de schuldenaar als de schuldeiser(s) worden gehoord. Als er sprake is van een bedreigende situatie (bijvoorbeeld ontruiming van de woning), dan kan de schuldenaar, maar onder omstandigheden ook de burgemeester en wethouders bij de rechter verzoeken om een voorlopige voorziening. Die voorlopige voorziening geldt dan hooguit zes maanden.

Als de rechter het verzoek van de schuldenaar toewijst en de schuldeiser dwingt om in te stemmen met het aangeboden schuldenakkoord, dan wordt de schuldeiser veroordeeld in de kosten. Niet zelden bedragen deze kosten overigens nihil. Het is wel een argument voor de schuldeiser om nog eens goed na te gaan of hij in redelijkheid het aangeboden schuldenakkoord heeft geweigerd.

 

Kan een akkoord ook aan één schuldeiser worden aangeboden?

Ja, dat is in beginsel mogelijk. Rechters zijn terughoudend bij de beoordeling van een akkoord aan één schuldeiser, maar in een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem/Leeuwarden is overwogen dat ook een gedwongen schuldregeling kan worden opgelegd wanneer de schuldenaar slechts één crediteur heeft en deze enige crediteur weigert in te stemmen met de voorgestelde schuldregeling. Het ging hier overigens over een verzoek ex artikel 287a van de Faillissementswet (natuurlijk persoon).

Uitgangspunt is overigens nog steeds dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Als de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van de schuldeiser bij weigering vast. Maar ook dan blijft de vraag staan of de schuldeiser in redelijkheid tot de weigering kan komen.

 

Waarom zou een schuldeiser instemmen met een schuldenakkoord?

Er zijn verschillende redenen waarom een schuldeiser instemt met een aangeboden schuldenakkoord.

 

1. De uitkering is hoger

Voorwaarde voor een gerechtelijk akkoord (maar ook voor een akkoord in het kader van de WHOA) is dat de baten van de boedel de som van het akkoord niet mogen overtreffen. Om die reden moet er altijd extern geld bijgelegd worden.

Met het akkoord wordt vermeden dat een curator het vermogen van de schuldenaar gaat uitwinnen. In het overgrote deel van de gevallen gaat het dan om een wettelijke vereffening die minder oplevert voor de schuldeisers dan als (in rustiger omstandigheden) een onderhandse/”vrijwillige” verkoop wordt gerealiseerd.

 

2. De uitkering komt eerder

Tijd is geld en dat geldt zeker voor een akkoord. Faillissementsafwikkelingen kunnen lang duren. Bij de acceptatie van een schuldenakkoord wordt het uitkeringsmoment concreet en snel naar voren gebracht. Dat betekent een hogere “contante waarde”  van de uitkering.

 

3. Er worden boedelkosten vermeden

Doordat de uitkering zo naar voren wordt gehaald, worden de kosten van vereffening vermeden en kan de schuldeiser meer ontvangen.

 

4. De onderneming blijft bestaan (en wellicht klant)

Schuldeisers hebben in de meeste gevallen zaken gedaan met de schuldenaar. Als de schuldenaar weer toekomstperspectief verkrijgt, dan ontstaat ook weer de kans op nieuwe handel. En de schuldeiser die heeft gestemd voor een akkoord kan vermoedelijk rekenen op meer loyaliteit van zijn klant.

 

Er zijn doorgaans dus meer dan genoeg redenen om te stemmen voor het akkoord. Maar de eerste voorwaarde is wel dat er vertrouwen bestaat bij de schuldeiser dat 1. transparantie wordt geboden en 2. een tweede saneringsronde uitblijft.

Weigering homologatie door rechter

Na instemming van de schuldeisers met het akkoord, dient de rechtbank het akkoord nog goed te keuren. Dat heet homologeren (artikel 150 Faillissementswet). Pas dan is het akkoord verbindend voor alle concurrente schuldeisers.

Wettelijke weigeringsgronden

De rechter moet de homologatie van het akkoord weigeren (artikel 153 Faillissementswet):

* indien de baten van de boedel het bij het akkoord bedongen som overtreft;

* indien nakoming van het akkoord onvoldoende is gewaarborgd;

* indien het akkoord op oneerlijke wijze tot stand is gekomen (bijvoorbeeld door bedrog of begunstiging van een of meer schuldeisers);

* indien een buitenlandse curator (in een internationale insolventieprocedure) zijn instemming van het akkoord heeft onthouden.

Deze bepalingen zijn van openbare orde: het is niet relevant of het akkoord (al dan niet met ruime meerderheid) is aangenomen, wat de adviezen van de curator en rechter-commissaris waren, of dat geen schuldeisers bezwaren hebben geuit tegen de homologatie (Rechtbank ‘s-Hertogenbosch, 31 januari 2006).

Andere gronden

De rechter kan ook op andere gronden en ambtshalve de goedkeuring weigeren. Zo heeft het Hof Arnhem/Leeuwarden in 2007 de homologatie geweigerd omdat gefailleerde een commercieel vaardig man was, er voor faillietverklaring een luxueuze en flamboyante levensstijl op nahield en te verwachten viel dat hij nog geruime tijd in staat zou zijn om aanzienlijke inkomsten te genereren.

Ook worden homologaties wel geweigerd omdat het akkoord te onduidelijk is, te algemeen geformuleerd of onvoldoende voordeel oplevert ten opzichte van de uitkering die zou plaats vinden in geval van vereffening zonder akkoord.

 

De procedure van het gerechtelijk akkoord in vogelvlucht

De procedure van een gerechtelijk akkoord verloopt als volgt.

Aanbieding schuldenakkoord

De schuldenaar maakt kenbaar aan de curator dat hij een akkoord wil aanbieden aan de faillissementsschuldeisers. Het akkoord zal “extern” moeten worden gefinancierd, want het akkoord is in de regel pas kansrijk als de schuldeisers beter af zijn dan bij liquidatie van het vermogen van de schuldenaar. In zijn algemeenheid wordt de curator geacht welwillend mee te werken aan de aanbieding van een akkoord, maar dat zal anders zijn als de curator het akkoord niet positief beoordeelt, bijvoorbeeld als hij van oordeel is dat de schuldenaar onvoldoende medewerking verleent aan de afwikkeling van het faillissement.

De curator zal, als hij het akkoord positief beoordeelt, een verificatievergadering verzoeken aan de rechter-commissaris. Deze zal een datum agenderen. De schuldenaar moet uiterlijk acht dagen voorafgaand aan deze verificatievergadering het ontwerp-akkoord ter inzage leggen bij de griffie van de rechtbank. De curator zal ter voorbereiding op de verificatievergadering aan de hem bekende schuldeisers kennis geven van de geagendeerde verificatievergadering en hij vermeldt daarbij dat er een ontwerp-akkoord bij de griffie ter inzage is neergelegd.

In de regel zal de schuldenaar (of de curator in overleg met de schuldenaar) de schuldeisers ook op de hoogte stellen van de inhoud van het akkoord. Vaak zit daar ook een machtiging bij om te stemmen voor of tegen het akkoord, zodat de schuldeisers niet zelf naar de verificatievergadering hoeven te komen. Alle schuldeisers zijn bevoegd om de verificatievergadering bij te wonen. De curator brengt advies uit aan de schuldeisers.

Stemming

Op de verificatievergadering worden niet alleen de vorderingen vastgesteld, maar dan wordt ook gestemd over het akkoord. Ook tijdens de verificatievergadering is de schuldenaar nog bevoegd om de inhoud van het akkoord te wijzigen.

Vereist is een meerderheid van de stemmende schuldeisers, die tezamen ten minste de helft van de vastgestelde (concurrente) schuldenlast vertegenwoordigen.

Homologatie

Als het akkoord is aangenomen, dan bepaalt de rechter-commissaris de datum van behandeling van de homologatie van het akkoord. Wordt het akkoord gehomologeerd, dan is het akkoord algemeen verbindend, ook tegenover de schuldeisers die tegen het akkoord hebben gestemd.

 

Kan een schuldeiser een aangenomen akkoord alsnog ongedaan maken?

Ja dat kan.  Ook als het akkoord tijdens de verificatievergadering is aangenomen, kan de schuldeisers het akkoord ongedaan maken door de homologatie te bestrijden.

De schuldeiser die geen akkoord wenst kan via de rechter-commissaris bij voldoende voorstemmen proberen om het akkoord nog tegen te werken. Hij kan dus naast het tegenstemmen ook nog de rechter-commissaris aangeven dat hij de weigering van homologatie van het akkoord wenselijk acht, opdat het akkoord niet verbindend wordt (artikelen 151 en 152 Faillissementswet). De schuldeiser dient de bezwaren schriftelijk in te dienen bij de rechtbank en uit te leggen waarom hij de homologatie bestrijdt. Deze bezwaren worden tijdens de homologatie zitting behandeld waarop vervolgens de rechtbank al dan niet de homologatie weigert.

Maar andersom geldt het ook. Indien er toch onvoldoende stemmen zijn en het akkoord wordt verworpen, dan kan de rechter-commissaris onder bepaalde omstandigheden alsnog het akkoord aannemen (artikel 146 Faillissementswet).

 

Wat zijn de verschillen tussen een buitengerechtelijk schuldenakkoord en een gerechtelijk schuldenakkoord?

Buitengerechtelijk akkoord

Bij een buitengerechtelijk akkoord vindt er geen rechterlijke toetsing plaats. Het is vormvrij en wordt niet gepubliceerd. Het voordeel hiervan is dat het sneller gaat, zodat schuldeisers sneller hun geld ontvangen en de schuldenaar eerder weet waar hij aan toe is. De schuldenaar kan dan weer verder met een schone lei.

Gerechtelijk akkoord

Bij een gerechtelijk schuldenakkoord is er sprake van een faillissement, surseance van betaling of wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Als het akkoord door de schuldeisers (met meerderheid) is aangenomen, dan dient de rechter (rechtbank of in hoger beroep gerechtshof) het akkoord nog te homologeren (bekrachtigen). Dat is de rechterlijke toets en om die reden heet het akkoord een gerechtelijk akkoord.

Het voordeel van een gerechtelijk akkoord is dat niet alle schuldeisers hoeven in te stemmen met het akkoord. Als het vereiste quotum en quorum is gehaald geldt het akkoord ook voor de schuldeisers die tegen hebben gestemd (of niet hebben gestemd).

Wat is een gerechtelijk schuldenakkoord?

Een gerechtelijk akkoord betreft een akkoord in faillissement, surseance van betaling en wettelijke schuldsanering natuurlijk persoon (wsnp). Dit akkoord wordt door de schuldenaar aangeboden en is in feite een betalingsregeling die wordt aangeboden ter beëindiging van het faillissement, de surseance van betaling en wsnp. Een onderneming is dan gered, een natuurlijk persoon kan (doorgaans schuldenvrij) verder met zijn/haar leven. Meer lezen