De (ontwerp) wettekst van de Wet Homologatie Onderhands Akkoord

De (ontwerp) wettekst van de Wet Homologatie Onderhands Akkoord

Inhoudsopgave:

Artikel 3d [Schorsing van de behandeling van het verzoek tot faillietverklaring in geval van de aanbieding van een akkoord]
Artikel 42a
Artikel 252 lid 2 
Artikel 287a lid 8
Artikel 369 [Toepassingsbereik]
Artikel 370 [Aanbieden van een akkoord door de schuldenaar]
Artikel 371 [Aanbieden van een akkoord door de schuldeiser]
Artikel 372 [Wederkerige overeenkomsten]
Artikel 373 [Indeling schuldeisers en aandeelhouders in klassen]
Artikel 374 [Het akkoord]
Artikel 375 [Afkoelingsperiode]
Artikel 376 [Geschillen in de fase waarin nog over het akkoord wordt onderhandeld]
Artikel 377 [Maatwerkbepaling]
Artikel 378 [Stemprocedure en stemrecht]
Artikel 379 [Verslag]
Artikel 380 [Bepaling terechtzitting waarop de rechtbank de homologatie zal behandelen]
Artikel 381 [Homologatie]
Artikel 382 [Verbindende kracht van het akkoord]
Artikel 383 [Executoriale titel]
Artikel 384 [Tekortkoming in de nakoming van het akkoord]
Artikel II Samenloop
Artikel III Inwerkingtreding
Artikel IV Citeertitel

Artikel 3d [Schorsing van de behandeling van het verzoek tot faillietverklaring in geval van de aanbieding van een akkoord]  (Inhoud)
1. Indien de schuldenaar een akkoord heeft aangeboden als bedoeld in artikel 370 wordt de behandeling van een jegens hem ingediend verzoek tot faillietverklaring op zijn
verzoek gedurende een termijn van ten hoogste twee maanden, die éénmaal kan worden verlengd met een termijn van ten hoogste twee maanden, geschorst, tenzij:
a. de schuldenaar redelijkerwijs niet mag verwachten dat de rechtbank zal overgaan tot homologatie van het akkoord als bedoeld in artikel 381, of
b. er andere redenen zijn die zich tegen een schorsing verzetten.
2. De rechtbank heft de schorsing op indien er redenen zijn die zich tegen een voortzetting daarvan verzetten.
3. De rechtbank neemt geen beslissingen als bedoeld in het eerste en tweede lid dan nadat zij de schuldenaar en de schuldeiser die het verzoek tot faillietverklaring heeft ingediend, op een door haar nader te bepalen wijze in de gelegenheid heeft gesteld hun zienswijze te geven.
4. Het verzoek tot faillietverklaring vervalt van rechtswege wanneer de beschikking tot homologatie van het akkoord, bedoeld in artikel 381, in kracht van gewijsde is gegaan.
(Memorie van Toelichting)

Artikel 42a(Inhoud)
Indien de schuldenaar voor de faillietverklaring een pandrecht of een hypotheekrecht heeft gevestigd strekkende tot zekerheid voor de nakoming van verplichtingen uit een nieuwe geldlening die is verstrekt aan de schuldenaar met de bedoeling dat die lening zou worden aangewend om betalingen te kunnen verrichten die voor de voorzetting van de door de schuldenaar gedreven onderneming in het kader van de totstandkoming van een akkoord als bedoeld in artikel 370 redelijkerwijs noodzakelijk waren, wordt, behoudens tegenbewijs, vermoed dat van benadeling van de schuldeisers en wetenschap daarvan als bedoeld in artikel 42 geen sprake is geweest.
(Memorie van Toelichting)

Artikel 252 lid 2 (Inhoud)
2. Het in dit artikel bepaalde is niet van toepassing indien de schuldenaar in de drie jaar voorafgaand aan de indiening van het verzoek al eens een akkoord heeft aangeboden dat bij een stemming als bedoeld artikel 378 door alle klassen is verworpen of ten aanzien waarvan de rechtbank de homologatie overeenkomstig artikel 381 heeft geweigerd.
(Memorie van Toelichting)

Artikel 287a  lid 8 (Inhoud)
8. Het in dit artikel bepaalde is niet van toepassing indien de schuldenaar in de drie jaar voorafgaand aan de indiening van het verzoek al eens een akkoord heeft aangeboden dat bij een stemming als bedoeld artikel 378 door alle klassen is verworpen of ten aanzien waarvan de rechtbank de homologatie overeenkomstig artikel 381 heeft geweigerd.
(Memorie van Toelichting)

Artikel 369 [Toepassingsbereik](Inhoud)
1. Het in deze afdeling bepaalde is niet van toepassing op een natuurlijke persoon die geen zelfstandig beroep of bedrijf uitoefent, noch op een bank als bedoeld in artikel 212g, onderdeel a, of een verzekeraar als bedoeld in artikel 213, als schuldenaar.
2. Het in deze afdeling ten aanzien van stemgerechtigde schuldeisers of aandeelhouders bepaalde, is van toepassing op de schuldeisers en aandeelhouders die overeenkomstig artikel 378, tweede lid, stemgerechtigd zijn.
3. Het in deze afdeling ten aanzien van de rechtbank bepaalde, is van toepassing op de rechtbank die ingevolge artikel 2 bevoegd zou zijn de schuldenaar in staat van faillissement te verklaren.
4. Biedt de schuldenaar een akkoord aan als bedoeld in artikel 370, eerste lid, dat mede betrekking heeft op vorderingsrechten waarvoor geldt dat het economisch belang geheel of in overwegende mate ligt bij een ander dan de schuldeiser, dan is deze ander, in plaats van de schuldeiser, bevoegd overeenkomstig artikel 378, tweede lid, naar eigen inzicht over het akkoord te stemmen. In dat geval is het in deze afdeling ten aanzien van schuldeiser bepaalde van toepassing op de ander.
5. Biedt de schuldenaar een akkoord aan als bedoeld in artikel 370, eerste lid, dat mede betrekking heeft op aandelen ten aanzien waarvan certificaten zijn uitgegeven, dan zijn de certificaathouders, in plaats van de aandeelhouder, gerechtigd om overeenkomstig artikel 378, tweede lid, naar eigen inzicht over het akkoord te stemmen. In dat geval is het in deze afdeling ten aanzien van de aandeelhouder bepaalde ook van toepassing op de certificaathouders. Hetzelfde geldt voor vruchtgebruikers.
6. Indien de schuldenaar een vereniging of coöperatie is, is het in deze afdeling ten aanzien van aandeelhouders bepaalde van overeenkomstige toepassing op de leden.
7. Het in deze afdeling ten aanzien van schuldeisers bepaalde is van overeenkomstige toepassing op borgen, derden met goederen waarop schuldeisers van de schuldenaar rechten kunnen uitoefenen, en medeschuldenaren met rechten jegens de schuldenaar op basis van de artikelen 10 of 13 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek dan wel een contractuele regeling.
8. Indien de rechtbank een deskundige benoemt als bedoeld in artikel 371, eerste lid, is het in deze afdeling ten aanzien van de schuldenaar bepaalde van overeenkomstige toepassing op die deskundige.
9. Het in deze afdeling bepaalde is niet van toepassing op rechten van werknemers in dienst van de schuldenaar die voortvloeien uit arbeidsovereenkomsten in de zin van artikel 610 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.
10. Het in deze afdeling bepaalde is niet van toepassing indien de schuldenaar in de afgelopen drie jaar al eens een akkoord heeft aangeboden dat bij een stemming als bedoeld artikel 378 door alle klassen is verworpen of ten aanzien waarvan de rechtbank op de voet van artikel 153, 272 of 381 de homologatie heeft geweigerd.
(Memorie van Toelichting)

Artikel 370 [Aanbieden van een akkoord door de schuldenaar](Inhoud)
1. Een schuldenaar die voorziet dat hij met het betalen van zijn opeisbare schulden niet zal kunnen voortgaan, kan zijn schuldeisers en zijn aandeelhouders, of een aantal van hen, een akkoord aanbieden dat voorziet in een wijziging van hun rechten.
2. Indien redelijkerwijs aannemelijk is dat borgen, derden met goederen waarop schuldeisers rechten kunnen uitoefenen, of medeschuldenaren van de schuldenaar na de homologatie van het akkoord, bedoeld in het eerste lid, in de toestand zullen komen te verkeren dat zij met het betalen van hun opeisbare schulden niet zullen kunnen voortgaan, kan het akkoord ook voorzien in de wijziging van rechten van schuldeisers jegens deze borgen, derden of medeschuldenaren. In dat geval is het in deze afdeling ten aanzien van de schuldenaar bepaalde eveneens van toepassing op deze borgen, derden en medeschuldenaren, met dien verstande dat de schuldenaar bij uitsluiting bevoegd blijft om een verzoek in te dienen als bedoeld in de artikelen 376, eerste lid, 377, en 380, eerste lid.
3. Indien de schuldenaar een rechtspersoon is, zijn de artikelen 38 en 107a en titel 5.3 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, eventuele statutaire bepalingen of tussen de entiteit en haar aandeelhouders overeengekomen regelingen ten aanzien van besluitvorming door de algemene vergadering, niet van toepassing ten aanzien van het aanbieden van een akkoord als bedoeld in het eerste lid en de uitvoering van een akkoord dat overeenkomstig artikel 381 door de rechtbank is gehomologeerd.
(Memorie van Toelichting)

Artikel 371 [Aanbieden van een akkoord door de schuldeiser](Inhoud)
1. Indien redelijkerwijs aannemelijk is dat een schuldenaar niet met het betalen van zijn schulden zal kunnen voortgaan, kan zijn schuldeiser hem schriftelijk verzoeken over te gaan tot het aanbieden van een akkoord als bedoeld in artikel 370. Als de schuldenaar vervolgens niet binnen een week meedeelt dat hij hiertoe zal overgaan of hij die mededeling wel doet, maar er nadien een maand is verstreken en er nog geen akkoord is aangeboden waarvan redelijkerwijs verwacht mag worden dat de rechtbank dat zal homologeren als bedoeld in artikel 381, kan de rechtbank op verzoek van de schuldeiser een deskundige aanwijzen die met uitsluiting van de schuldenaar een akkoord kan aanbieden.
2. De rechtbank kan eveneens op verzoek van een schuldeiser een deskundige als bedoeld in het eerste lid benoemen, indien de schuldenaar een akkoord heeft aangeboden waarmee bij de stemming, bedoeld in artikel 378, geen enkele klasse van stemgerechtigde schuldeisers of aandeelhouders heeft ingestemd of waarvan de rechtbank de homologatie op grond van artikel 381 heeft geweigerd.
3. De schuldenaar verschaft de deskundige, bedoeld in het eerste en tweede lid, gevraagd en ongevraagd en, voor zover aan de orde op de wijze als daarbij is bepaald, alle inlichtingen en medewerking die de deskundige zegt nodig te hebben in de uitoefening van zijn taak of waarvan de schuldenaar weet of behoort te begrijpen dat deze in dat kader van belang zijn.
4. Behoudens in het kader van de toepassing van het in deze afdeling bepaalde, deelt deskundige de ingevolge het derde lid verkregen informatie niet met anderen.
5. Verzoeken als bedoeld in het eerste en het tweede lid worden in raadkamer behandeld. De rechtbank neemt geen beslissing dan nadat zij de schuldenaar en de schuldeiser die het verzoek heeft ingediend, op een door haar nader te bepalen wijze in de gelegenheid heeft gesteld hun zienswijze te geven.
6. Tegen de beslissing van de rechtbank, bedoeld in het eerste lid, staat geen rechtsmiddel open.
(Memorie van Toelichting)

Artikel 372 [Wederkerige overeenkomsten](Inhoud)
1. Een schuldenaar als bedoeld in artikel 370, eerste lid, kan aan een wederpartij met wie hij een wederkerige overeenkomst heeft gesloten, ook een voorstel doen tot wijziging van die overeenkomst. Stemt de wederpartij niet in met het voorstel, dan kan de schuldenaar de overeenkomst tussentijds doen eindigen, mits de opzegging plaatsvindt tegen een tijdstip waarop dergelijke overeenkomsten naar plaatselijk gebruik eindigen en daarbij de daarvoor overeengekomen of gebruikelijke termijn in acht genomen wordt, met dien verstande, dat een termijn van drie maanden in elk geval voldoende zal zijn.
2. Na de wijziging dan wel beëindiging, bedoeld in het eerste lid, heeft de wederpartij een vordering tot schadevergoeding jegens de schuldenaar. Afdeling 10 van Titel 1 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek is van toepassing. Het akkoord, bedoeld in artikel 370, eerste lid, kan voorzien in een wijziging van dit recht op schadevergoeding.
3. Het aanbieden van een akkoord als bedoeld in het eerste lid, alsmede gebeurtenissen die daarmee rechtstreeks verband houden, zijn geen grond voor wijziging van verbintenissen of verplichtingen van of jegens de schuldenaar, voor opschorting van de nakoming van een verbintenis jegens de schuldenaar en voor ontbinding van een met de schuldenaar gesloten overeenkomst.
(Memorie van Toelichting)

Artikel 373 [Indeling schuldeisers en aandeelhouders in klassen](Inhoud)
Heeft een akkoord betrekking op schuldeisers of aandeelhouders die belangen of rechten hebben of op basis van het akkoord rechten krijgen die zo verschillend zijn dat van een vergelijkbare positie geen sprake kan zijn, dan worden die schuldeisers en aandeelhouders in verschillende klassen ingedeeld. In ieder geval worden schuldeisers of aandeelhouders die in faillissement een verschillende rang zouden hebben, in verschillende klassen ingedeeld.
(Memorie van Toelichting)

Artikel 374 [Het akkoord](Inhoud)
1. Het akkoord bevat alle informatie die de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders nodig hebben om zich voor het plaatsvinden van de stemming, bedoeld in artikel 378, een geïnformeerd oordeel te kunnen vormen over het akkoord, waaronder in ieder geval:
a. de klassenindeling en de criteria op basis waarvan de schuldeisers en aandeelhouders in een of meerdere klassen zijn ingedeeld;
b. de financiële gevolgen van het akkoord per klasse van schuldeisers en aandeelhouders;
c. de te verwachten waarde van de activa en de activiteiten van de schuldenaar indien het akkoord tot stand komt, met vermelding van de gehanteerde waarderingsgrondslag, en de opbrengst die naar verwachting gerealiseerd kan worden bij een vereffening van het vermogen van de schuldenaar in faillissement;
d. indien het akkoord een toedeling van rechten aan de schuldeisers en aandeelhouders behelst: het moment of de momenten waarop de rechten zullen worden toebedeeld;
e. de wijze waarop de schuldeisers en aandeelhouders nadere informatie over het akkoord kunnen verkrijgen, en
f. de procedure voor de stemming over het akkoord alsmede het moment waarop deze plaatsvindt dan wel waarop de stem uiterlijk moet zijn uitgebracht.
2. Aan het akkoord wordt in ieder geval gehecht:
a. een door behoorlijke bescheiden gestaafde staat als bedoeld in artikel 96, en
b. een lijst waarop:
1°. de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders bij naam worden genoemd of, wanneer dit niet mogelijk is, onder verwijzing naar één of meer categorieën schulden worden vermeld,
2°. het bedrag van hun vordering of het nominale bedrag van hun aandeel wordtgemeld, en
3°. wordt meegedeeld in welke klassen zij zijn ingedeeld.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald welke informatie verder in het akkoord of in de daaraan te hechten bescheiden wordt opgenomen en op welke wijze deze informatie wordt verstrekt.
(Memorie van Toelichting)

Artikel 375 [Afkoelingsperiode](Inhoud)
1. Heeft een schuldenaar een akkoord aangeboden als bedoeld in artikel 370, dan kan hij de rechtbank verzoeken een afkoelingsperiode af te kondigen. Tijdens die periode, van ten hoogste twee maanden, kan elke bevoegdheid van derden tot verhaal op goederen die tot het vermogen van de schuldenaar behoren of tot opeising van goederen die zich in de macht van de schuldenaar bevinden niet worden uitgeoefend dan met machtiging van de rechtbank. De rechtbank kan deze periode eenmaal verlengen met een periode van ten hoogste twee maanden.
2. Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt afgewezen indien redelijkerwijs niet verwacht mag worden dat de rechtbank zal overgaan tot homologatie van het akkoord als bedoeld in artikel 381.
3. De artikelen 241a, tweede en derde lid, 241c, 241d zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bij de overeenkomstige toepassing van artikel 241a, derde lid, gaat om een termijn die aan de schuldenaar is gesteld.
4. De rechtbank heft de afkoelingsperiode op indien er redenen zijn die zich tegen een voortzetting daarvan verzetten. De rechtbank neemt hierover geen beslissing dan nadat zij de schuldenaar op een door haar nader te bepalen wijze in de gelegenheid heeft gesteld zijn zienswijze te geven.
5. Tegen de beslissingen van de rechtbank als bedoeld in dit artikel staat geen rechtsmiddel open.
(Memorie van Toelichting)

Artikel 376 [Geschillen in de fase waarin nog over het akkoord wordt onderhandeld](Inhoud)
1. Tot het moment waarop de schuldenaar het definitieve akkoord overeenkomstig artikel 378, eerste lid, aan de schuldeisers en aandeelhouders overlegt, kan hij de rechtbank verzoeken te beslissen over een geschil omtrent:
a. de bevoegdheid van de schuldenaar om op basis van deze afdeling een akkoord aan te bieden;
b. de inhoud van de informatie die in het akkoord of in de daaraan gehechte bescheiden is opgenomen;
c. de toelating tot de stemming van een schuldeiser of aandeelhouder;
d. de klassenindeling;
e. de procedure voor de stemming, of
f. de vraag of, indien alle klassen instemmen met het akkoord, een weigeringsgrond als bedoeld in artikel 381, tweede en derde lid, alsnog aan de homologatie van het akkoord in de weg zou staan.
2. Bij een geschil over de toelating van een schuldeiser of aandeelhouder tot de stemming of over de hoogte van het bedrag van de vordering van de schuldeiser dan wel het nominale bedrag van het aandeel van de aandeelhouder, bepaalt de rechtbank of en tot welk bedrag, deze schuldeiser of aandeelhouder tot de stemming over het akkoord wordt toegelaten. Artikel 147 is van overeenkomstige toepassing.
3. De rechtbank kan in het kader van een door haar te nemen beslissing één of meer deskundigen benoemen teneinde binnen een door haar te bepalen termijn, een onderzoek te verrichten en een beredeneerd verslag van hun bevindingen uit te brengen.
4. Indien in het akkoord of in de daaraan gehechte bescheiden informatie als bedoeld in artikel 374 ontbreekt, kan de rechtbank de schuldenaar een redelijke termijn gunnen om de ontbrekende gegevens te verstrekken, alvorens zij een beslissing neemt als bedoeld in het eerste en derde lid.
5. Verzoeken als bedoeld in het eerste lid worden in raadkamer behandeld. De rechtbank neemt geen beslissingen als bedoeld in het eerste en tweede lid dan nadat zij de schuldenaar en de bij het geschil betrokken schuldeisers of aandeelhouders op een door haar nader te bepalen wijze in de gelegenheid heeft gesteld hun zienswijze te geven.
6. Tegen de beslissingen van de rechtbank als bedoeld in dit artikel staat geen rechtsmiddel open.
(Memorie van Toelichting)

Artikel 377 [Maatwerkbepaling](Inhoud)
Indien een schuldenaar een akkoord heeft aangeboden als bedoeld in artikel 370, kan de rechtbank op verzoek van de schuldenaar of ambtshalve zodanige bepalingen maken en voorzieningen treffen als zij ter beveiliging van de belangen van de schuldeisers of de aandeelhouders nodig oordeelt. Zij kan dit ook doen bij:
a. een schorsing van de behandeling van een faillissementsaanvraag, als bedoeld in artikel 3d, eerste lid, op verzoek van de in dat lid bedoeld schuldeiser;
b. bij de afkondiging van een afkoelingsperiode als bedoeld in artikel 375, eerste lid, op verzoek van de in dat lid bedoelde derden, of
c. bij het nemen van een beslissing als bedoeld in artikel 376, eerste en tweede lid, op verzoek van de bij het geschil betrokken schuldeisers of aandeelhouders.
(Memorie van Toelichting)

Artikel 378 [Stemprocedure en stemrecht](Inhoud)
1. De schuldenaar legt het definitieve akkoord gedurende een redelijke termijn, die in ieder geval niet korter is dan acht dagen, voor het plaatsvinden van de stemming voor aan de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders of bericht hen hoe zij daarvan kennis kunnen nemen, zodat zij hierover een geïnformeerd oordeel kunnen vormen.
2. Stemgerechtigd zijn schuldeisers en aandeelhouders van wie de rechten op basis van het akkoord worden gewijzigd.
3. De stemming over het akkoord geschiedt per klasse van schuldeisers of aandeelhouders, overeenkomstig de in artikel 374, eerste lid, onderdeel f, gegeven informatie, in een fysieke of door middel van een elektronisch communicatiemiddel te houden vergadering of schriftelijk.
4. Een klasse van schuldeisers heeft met het akkoord ingestemd indien het besluit tot instemming is genomen door een groep van schuldeisers die samen ten minste twee derde vertegenwoordigen van het totale bedrag aan vorderingen behorend tot de schuldeisers die binnen die klasse hun stem hebben uitgebracht.
5. Een klasse van aandeelhouders heeft met het akkoord ingestemd indien het besluit tot instemming met een meerderheid van ten minste twee derde van het aantal uitgebrachte stemmen is genomen.
(Memorie van Toelichting)

Artikel 379 [Verslag](Inhoud)
1. De schuldenaar stelt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen zeven dagen na de stemming een verslag op dat vermeldt:
d. de namen van de schuldeisers en aandeelhouders die hun stem hebben uitgebracht;
e. de uitslag van de stemming;
f. de schuldeisers en aandeelhouders die voor of tegen het akkoord hebben gestemd, alsmede de hoogte van het bedrag van hun vorderingen dan wel het nominale
bedrag van hun aandelen, en
g. al wat verder bij de vergadering waarin de stemming heeft plaatsgevonden, is voorgevallen.
2. De schuldenaar stelt de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders onmiddellijk in staat van het verslag kennis te nemen. Wordt door de schuldenaar een verzoek gedaan als bedoeld in artikel 380, eerste lid, dan deponeert hij het verslag ter griffie van de rechtbank. Het verslag ligt aldaar gedurende acht dagen ter kosteloze inzage van de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders.
(Memorie van Toelichting)

§ 3 De homologatie van het akkoord(Inhoud)
Artikel 380 [Bepaling terechtzitting waarop de rechtbank de homologatie zal behandelen]
1. Indien ten minste één klasse met het akkoord heeft ingestemd, kan de schuldenaar bij de rechtbank een verzoek tot homologatie van het akkoord indienen. In dat geval bepaalt de rechtbank zo spoedig mogelijk bij beschikking de terechtzitting waarop zij de homologatie zal behandelen. Van deze beschikking geeft de schuldenaar schriftelijk kennis aan de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders.
2. De terechtzitting zal gehouden worden ten minste acht en ten hoogste veertien dagen nadat het verslag, bedoeld in artikel 379, ter griffie ter inzage is gelegd.
3. Tot aan de dag van de terechtzitting, bedoeld in het vorige lid, kunnen de schuldeisers en aandeelhouders die tegen het akkoord hebben gestemd bij de rechtbank een verzoek indienen als bedoeld in artikel 381, derde en vierde lid, waarin zij de gronden opgeven, waarom zij weigering van de homologatie wenselijk achten. De schuldeiser of aandeelhouder kan geen beroep meer doen op een weigeringsgrond, indien hij niet binnen bekwame tijd nadat hij het mogelijke bestaan van die weigeringsgrond heeft ontdekt of redelijkerwijze had moeten ontdekken, bij de schuldenaar terzake heeft geprotesteerd.
(Memorie van Toelichting)

Artikel 381 [Homologatie](Inhoud)
1. De rechtbank geeft zo spoedig mogelijk haar met redenen omklede beschikking waarbij zij het verzoek tot homologatie van het akkoord honoreert, tenzij zich een van de weigeringsgronden, bedoeld in het tweede tot en met het vierde lid, voordoen.
2. De rechtbank onderzoekt ambtshalve of de schuldenaar jegens alle stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders heeft voldaan aan artikel 378, eerste lid, en 380, eerste lid. Indien dit niet het geval is, weigert de rechtbank de homologatie, tenzij de desbetreffende schuldeisers en aandeelhouders verklaren het akkoord te aanvaarden.
3. De rechtbank zal de homologatie op verzoek van één of meer schuldeisers of aandeelhouders die tegen het akkoord hebben gestemd weigeren indien:
a. de schuldenaar niet bevoegd was om op basis van deze afdeling een akkoord aan te bieden;
b. de in het akkoord of in de daaraan gehechte bescheiden opgenomen informatie niet toereikend was, de klasseindeling niet voldeed aan de eisen van artikel 372 of de procedure voor de stemming niet voldeed aan de daaraan te stellen eisen, tenzij zodanig gebrek redelijkerwijs niet tot een andere uitkomst van de stemming had kunnen leiden;
c. een schuldeiser of de aandeelhouder voor een ander bedrag tot de stemming over het akkoord had moeten worden toegelaten, tenzij die beslissing niet tot een andere uitkomst van de stemming had kunnen leiden;
d. summierlijk blijkt dat deze schuldeisers of aandeelhouders op basis van het akkoord rechten zouden krijgen die een aanmerkelijk lagere waarde hebben dan de betaling die zij naar verwachting zouden ontvangen bij een vereffening van het vermogen van de schuldenaar in faillissement;
e. de nakoming van het akkoord niet voldoende is gewaarborgd;
f. het akkoord door bedrog, door begunstiging van een of meer stemgerechtigde schuldeisers of aandeelhouders of met behulp van andere oneerlijke middelen tot stand is gekomen, onverschillig of de schuldenaar dan wel een ander daartoe heeft meegewerkt;
g. het loon en de verschotten van de door de rechtbank benoemde deskundigen niet zijn gestort of daarvoor geen zekerheid is gesteld, of
h. er andere zwaarwegende redenen zijn die zich tegen de homologatie verzetten.
4. De rechtbank zal de homologatie van een akkoord waarmee niet alle klassen hebben ingestemd, weigeren indien daartoe een verzoek wordt ingediend door één of meer schuldeisers of aandeelhouders die zelf tegen het akkoord hebben gestemd en zijn ingedeeld in een klasse die niet met het akkoord heeft ingestemd en bestaat uit:
a. schuldeisers of aandeelhouders die op basis van het akkoord rechten zouden krijgen die een lagere waarde hebben dan het bedrag van de vorderingen of het nominale bedrag van de aandelen waarvoor zij in die klasse behoren te zijn ingedeeld, terwijl er één of meer andere klassen zijn van schuldeisers of aandeelhouders met een lagere rang die op basis van het akkoord rechten krijgen
of behouden, tenzij de verkrijging van deze rechten een marktconforme tegenprestatie vormt voor de verschaffing van een krediet in de vorm van een geldlening of van nieuw kapitaal door de laatst genoemde schuldeisers of aandeelhouders;
b. schuldeisers of aandeelhouders die op basis van het akkoord rechten zouden krijgen die een lagere waarde hebben dan het bedrag van de vorderingen of het nominale bedrag van de aandelen waarvoor zij in die klasse behoren te zijn ingedeeld, terwijl er één of meer andere klassen zijn van schuldeisers of aandeelhouders met een hogere rang die op basis van het akkoord rechten krijgen
die een hogere waarde hebben dan het bedrag van de vorderingen of het nominale bedrag van de aandelen waarvoor zij in die klasse behoren te zijn ingedeeld;
c. schuldeisers of aandeelhouders die zonder redelijk grond op basis van het akkoord rechten zouden krijgen die in verhouding een lagere waarde hebben dan de rechten die een andere klasse van schuldeisers of aandeelhouders krijgen met een gelijke rang als die van de eerst genoemde schuldeisers of aandeelhouders;
d. schuldeisers of aandeelhouders van wie de rechten op basis van het akkoord gewijzigd worden, terwijl er andere schuldeisers of aandeelhouders zijn met een gelijke of lagere rang die zonder redelijke grond buiten het akkoord blijven, of
e. schuldeisers die op basis van het akkoord geen aanspraak kunnen maken op een uitkering in geld ter hoogte van het bedrag dat zij bij een vereffening van het vermogen van de schuldenaar in faillissement naar verwachting aan betaling in geld zouden ontvangen.
5. In de beschikking tot homologatie van het akkoord kan worden bepaald dat deze, nadat zij in kracht van gewijsde is gegaan, in de plaats treedt van een voor de uitvoering van het akkoord vereist besluit van de algemene vergadering van de schuldenaar.
6. Tegen de beschikking van de rechtbank, bedoeld in het eerste lid, staat geen hogere voorziening open, behoudens de mogelijkheid van cassatie in het belang der wet.
(Memorie van Toelichting)

§ 4 De gevolgen van de homologatie van het akkoord(Inhoud)
Artikel 382 [Verbindende kracht van het akkoord]
1. Het gehomologeerde akkoord is verbindend voor alle stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders.
2. Indien de schuldenaar een naamloze vennootschap of besloten vennootschap is, blijven de artikel 81 en 192 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek buiten toepassing.
(Memorie van Toelichting)

Artikel 383 [Executoriale titel](Inhoud)
Het in kracht van gewijsde gegane vonnis van homologatie levert ten behoeve van de schuldeisers met niet door de schuldenaar betwiste vorderingen een voor tenuitvoerlegging vatbare titel op tegen de schuldenaar en tegen de tot het akkoord als borgen toegetreden personen, voor zover de aard van de rechten die de schuldeisers op basis van het akkoord krijgen zich daartegen niet verzet.
(Memorie van Toelichting)

Artikel 384 [Tekortkoming in de nakoming van het akkoord](Inhoud)
De schuldenaar is in verzuim bij iedere tekortkoming in de nakoming van het akkoord en is verplicht de schade die de schuldeisers of aandeelhouders daardoor lijden te vergoeden, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend. Artikel 75 en afdeling 10 van Titel 1 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek zijn van overeenkomstige toepassing. In het akkoord kan de ontbinding en vernietiging van het akkoord worden uitgesloten.
(Memorie van Toelichting)

Artikel II Samenloop(Inhoud)
[PM]

Artikel III Inwerkingtreding(Inhoud)
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel IV Citeertitel(Inhoud)
Deze wet wordt aangehaald als: Wet homologatie onderhands akkoord ter voorkoming van faillissement.

 

Over de auteur

admin administrator

Geef een reactie