Het buitengerechtelijk dwangakkoord voor particulieren (artikel 287a Fw)

Het buitengerechtelijk dwangakkoord voor particulieren (artikel 287a Fw)

Natuurlijk personen die een schuldenakkoord hebben aangeboden dat niet is aanvaard door de schuldeisers, wordt in veel gevallen aangewezen op de WSNP (Wet Schuldsaneringsregeling voor Natuurlijke Personen). De wetgever heeft evenwel voorzien in de mogelijkheid voor de schuldenaar om, voordat de WSNP van toepassing wordt verklaard, de rechter te verzoeken om de weigerende schuldeiser alsnog te bevelen tot het instemmen met het aangeboden schuldenakkoord. Voor particulieren is daarmee het buitengerechtelijk dwangakkoord wettelijk mogelijk gemaakt.

De wettelijke regeling is opgenomen in artikel 287a van de Faillissementswet.

Doelstelling

Doelstelling is om schuldeisers te dwingen om zakelijk om te gaan met het aanbod van hun schuldenaar. Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Als de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van de schuldeiser bij weigering vast. Maar dat neemt niet weg dat de schuldeiser niet mag weigeren als hij in redelijkheid niet tot die weigering kan komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoeker (zie ook artikel 287a lid 5 Fw en een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 26 september 2017).

Toetsingskader

Het Gerechtshof Arnhem/Leeuwarden heeft in een uitspraak van 9 maart 2017 overwogen dat bij de beoordeling van het verzoek tot een gedwongen schuldregeling en de in dat kader voorgeschreven belangenafweging de volgende omstandigheden een rol kunnen spelen:

* is het schikkingsvoorstel door een onafhankelijke en deskundige partij getoetst (bijvoorbeeld een gemeentelijke kredietbank);
* is het schikkingsvoorstel goed en betrouwbaar gedocumenteerd;
* is voldoende duidelijk gemaakt dat het aanbod het uiterste is waartoe de schuldenaar financieel in staat moet worden geacht;
* biedt het alternatief van faillissement of schuldsanering enig uitzicht voor de schuldeiser: hoe groot is de kans dat de weigerende schuldeiser evenveel of meer zal ontvangen;
* is aannemelijk dat gedwongen medewerking aan een schuldregeling voor de schuldeiser concurrentieverstorend werkt;
* bestaat er precedentwerking voor vergelijkbare gevallen;
* wat is de zwaarte van het financiële belang dat de schuldeiser heeft bij volledige nakoming;
* hoe groot is het aandeel van de weigerende schuldeiser in de totale schuldenlast;
* staat de weigerende schuldeiser alleen naast de overige met de schuldregeling instemmende schuldeisers;
* is er eerder een minnelijke of een gedwongen schuldregeling geweest die niet naar behoren is nagekomen.

Procedure

Het verzoek om een schuldeiser te dwingen in te stemmen met het aangeboden akkoord moet worden gedaan in het verzoek om toepassing van de WSNP. De rechtbank zal een zitting agenderen waarin zowel de schuldenaar als de schuldeiser(s) worden gehoord. Als er sprake is van een bedreigende situatie (bijvoorbeeld ontruiming van de woning), dan kan de schuldenaar, maar onder omstandigheden ook de burgemeester en wethouders bij de rechter verzoeken om een voorlopige voorziening. Die voorlopige voorziening geldt dan hooguit zes maanden.

Als de rechter het verzoek van de schuldenaar toewijst en de schuldeiser dwingt om in te stemmen met het aangeboden schuldenakkoord, dan wordt de schuldeiser veroordeeld in de kosten. Niet zelden bedragen deze kosten overigens nihil. Het is wel een argument voor de schuldeiser om nog eens goed na te gaan of hij in redelijkheid het aangeboden schuldenakkoord heeft geweigerd.

 

Over de auteur

admin administrator

Geef een reactie