Tag archief homologatie

Weigering homologatie door rechter

Na instemming van de schuldeisers met het akkoord, dient de rechtbank het akkoord nog goed te keuren. Dat heet homologeren (artikel 150 Faillissementswet). Pas dan is het akkoord verbindend voor alle concurrente schuldeisers.

Wettelijke weigeringsgronden

De rechter moet de homologatie van het akkoord weigeren (artikel 153 Faillissementswet):

* indien de baten van de boedel het bij het akkoord bedongen som overtreft;

* indien nakoming van het akkoord onvoldoende is gewaarborgd;

* indien het akkoord op oneerlijke wijze tot stand is gekomen (bijvoorbeeld door bedrog of begunstiging van een of meer schuldeisers);

* indien een buitenlandse curator (in een internationale insolventieprocedure) zijn instemming van het akkoord heeft onthouden.

Deze bepalingen zijn van openbare orde: het is niet relevant of het akkoord (al dan niet met ruime meerderheid) is aangenomen, wat de adviezen van de curator en rechter-commissaris waren, of dat geen schuldeisers bezwaren hebben geuit tegen de homologatie (Rechtbank ‘s-Hertogenbosch, 31 januari 2006).

Andere gronden

De rechter kan ook op andere gronden en ambtshalve de goedkeuring weigeren. Zo heeft het Hof Arnhem/Leeuwarden in 2007 de homologatie geweigerd omdat gefailleerde een commercieel vaardig man was, er voor faillietverklaring een luxueuze en flamboyante levensstijl op nahield en te verwachten viel dat hij nog geruime tijd in staat zou zijn om aanzienlijke inkomsten te genereren.

Ook worden homologaties wel geweigerd omdat het akkoord te onduidelijk is, te algemeen geformuleerd of onvoldoende voordeel oplevert ten opzichte van de uitkering die zou plaats vinden in geval van vereffening zonder akkoord.

 

De procedure van het gerechtelijk akkoord in vogelvlucht

De procedure van een gerechtelijk akkoord verloopt als volgt.

Aanbieding schuldenakkoord

De schuldenaar maakt kenbaar aan de curator dat hij een akkoord wil aanbieden aan de faillissementsschuldeisers. Het akkoord zal “extern” moeten worden gefinancierd, want het akkoord is in de regel pas kansrijk als de schuldeisers beter af zijn dan bij liquidatie van het vermogen van de schuldenaar. In zijn algemeenheid wordt de curator geacht welwillend mee te werken aan de aanbieding van een akkoord, maar dat zal anders zijn als de curator het akkoord niet positief beoordeelt, bijvoorbeeld als hij van oordeel is dat de schuldenaar onvoldoende medewerking verleent aan de afwikkeling van het faillissement.

De curator zal, als hij het akkoord positief beoordeelt, een verificatievergadering verzoeken aan de rechter-commissaris. Deze zal een datum agenderen. De schuldenaar moet uiterlijk acht dagen voorafgaand aan deze verificatievergadering het ontwerp-akkoord ter inzage leggen bij de griffie van de rechtbank. De curator zal ter voorbereiding op de verificatievergadering aan de hem bekende schuldeisers kennis geven van de geagendeerde verificatievergadering en hij vermeldt daarbij dat er een ontwerp-akkoord bij de griffie ter inzage is neergelegd.

In de regel zal de schuldenaar (of de curator in overleg met de schuldenaar) de schuldeisers ook op de hoogte stellen van de inhoud van het akkoord. Vaak zit daar ook een machtiging bij om te stemmen voor of tegen het akkoord, zodat de schuldeisers niet zelf naar de verificatievergadering hoeven te komen. Alle schuldeisers zijn bevoegd om de verificatievergadering bij te wonen. De curator brengt advies uit aan de schuldeisers.

Stemming

Op de verificatievergadering worden niet alleen de vorderingen vastgesteld, maar dan wordt ook gestemd over het akkoord. Ook tijdens de verificatievergadering is de schuldenaar nog bevoegd om de inhoud van het akkoord te wijzigen.

Vereist is een meerderheid van de stemmende schuldeisers, die tezamen ten minste de helft van de vastgestelde (concurrente) schuldenlast vertegenwoordigen.

Homologatie

Als het akkoord is aangenomen, dan bepaalt de rechter-commissaris de datum van behandeling van de homologatie van het akkoord. Wordt het akkoord gehomologeerd, dan is het akkoord algemeen verbindend, ook tegenover de schuldeisers die tegen het akkoord hebben gestemd.

 

Inhoudelijke bepalingen van een akkoord

De schuldenaar is vrij om te bepalen wat hij zijn schuldeisers en aandeelhouders aanbiedt en hoe het akkoord wordt ingericht. Maar om het akkoord tot een dwangakkoord te laten komen zijn er wel wettelijke vereisten die in acht moeten worden genomen. Het is belangrijk dat het akkoord een zo volledig mogelijk beeld schept van de situatie en van de verhaalsmogelijkheden voor de schuldeisers.

Wettelijke eisen

Het wetsontwerp schrijft voor (artikel 374 Fw – nieuw):

1. Het akkoord bevat alle informatie die de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders nodig hebben om zich voor het plaatsvinden van de stemming, bedoeld in artikel 378, een geïnformeerd oordeel te kunnen vormen over het akkoord, waaronder in ieder geval:

a. de klassenindeling en de criteria op basis waarvan de schuldeisers en aandeelhouders in een of meerdere klassen zijn ingedeeld;
b. de financiële gevolgen van het akkoord per klasse van schuldeisers en aandeelhouders;
c. de te verwachten waarde van de activa en de activiteiten van de schuldenaar indien het akkoord tot stand komt, met vermelding van de gehanteerde waarderingsgrondslag, en de opbrengst die naar verwachting gerealiseerd kan worden bij een vereffening van het vermogen van de schuldenaar in faillissement;
d. indien het akkoord een toedeling van rechten aan de schuldeisers en aandeelhouders behelst: het moment of de momenten waarop de rechten zullen worden toebedeeld;
e. de wijze waarop de schuldeisers en aandeelhouders nadere informatie over het akkoord kunnen verkrijgen, en
f. de procedure voor de stemming over het akkoord alsmede het moment waarop deze plaatsvindt dan wel waarop de stem uiterlijk moet zijn uitgebracht.

2. Aan het akkoord wordt in ieder geval gehecht:

a. een door behoorlijke bescheiden gestaafde staat als bedoeld in artikel 96, en
b. een lijst waarop:

1°. de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders bij naam worden genoemd of, wanneer dit niet mogelijk is, onder verwijzing naar één of meer categorieën schulden worden vermeld,
2°. het bedrag van hun vordering of het nominale bedrag van hun aandeel wordt gemeld, en
3°. wordt meegedeeld in welke klassen zij zijn ingedeeld.

3. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald welke informatie verder in het akkoord of in de daaraan te hechten bescheiden wordt opgenomen en op welke wijze deze informatie wordt verstrekt.

 

Mogelijke bepalingen

  • Als het akkoord (om welke reden dan ook) niet wordt nagekomen en deze omstandigheid aan de schuldenaar, dan is de schuldenaar in verzuim en schadeplichtig. De schuldeisers kunnen dan eisen dat het akkoord alsnog wordt nageleefd en ook dat de schuldenaar de geleden schade vergoedt. De wetgever heeft aangegeven dat de schuldeisers in dat geval mogelijk ook het akkoord kunnen ontbinden, zodat de geldigheid van het akkoord vervalt. Maar deze ontbindingsmogelijkheid kan in het akkoord worden uitgesloten. Het is in de meeste gevallen wenselijk om die bepaling op te nemen in het akkoord, omdat dan onomkeerbare bepalingen in het akkoord niet hoeven te worden teruggedraaid. Ook kan de schade beperkt blijven tot de schuldeisers die nakoming verlangen of schade vorderen. De ontbinding zou overigens wel partieel zijn: ten aanzien van schuldeisers die niet protesteren tegen de tekortkoming in de nakoming blijft de verplichting om na te komen gewoon bestaan.
  • Een bepaling kan worden toegevoegd dat de verplichting van de schuldenaar tot naleving van het akkoord reeds ontstaat wanneer de betrokken schuldeiser positief over het akkoord stemt, en dat de afdwingbaarheid pas ontstaat wanneer de homologatie in kracht van gewijsde is gegaan.
  • Een bijkomende bepaling kan zijn dat een partij zich borg stelt voor de financiering van het akkoord.
  • In het akkoord kan ook worden bepaald dat aanspraken op derden (bijvoorbeeld bestuurders, commissarissen, adviseurs) vervallen. In zijn algemeenheid geldt dat deze aanspraken niet vervallen ten behoeve van schuldeisers die niet of tegen het akkoord hebben gestemd. Zie ook de insolventies Wereldruiterspelen 1994 en Lehmann Brothers Treasury Co. B.V.
  • In het akkoord kan ook worden bepaald dat bepaalde zekerheden komen te vervallen.